Ons gezin telt 4 kindjes: een meisje geboren in april 1998, een identieke jongenstweeling geboren in juli 2002 en een klein babymeisje van januari 2008. We zijn zooo gelukkig met ons viertal !
NINA's GEBOORTEVERHAAL
The day(s) before you came…
Op vrijdag 18 januari, de dag waarop ik uitgerekend ben, mag ik weer op controle komen bij dr. Ponette. J heeft die dag verlof genomen en dus gaat hij mee, wat ik heel fijn vind (ik ben al zo vaak alleen naar de gynaecoloog geweest…). Ik heb in de weken ervoor zoveel voorweeën en ander ‘gerommel in mijn buik’ gehad, dat ik goede hoop heb dat ik toch al zeker een paar cm ontsluiting zal hebben. Ik voel de laatste tijd ook veel druk onderaan en heb van die plotse pijnscheuten in mijn lies, die me doen vermoeden dat de baby laag zit (ingedaald ?).
Na een gebruikelijk praatje over hoe het met me gaat (mijn gewicht is OK, ben helemaal niks meer bijgekomen de voorbije weken), mag ik plaatsnemen in de ‘stoel’, voor één keer dus met J vlak naast me. Tijdens het inwendig onderzoek horen we dr. Ponette mompelen dat ‘het toch nog niet voor dit weekend zal zijn’. “En, heb ik al ontsluiting ?” vraag ik hoopvol. “Een vingertopje,” zegt dr. Ponette. J vraagt wat dat betekent, een vingertopje. Ik zeg dat ‘een vingertopje’ eigenlijk helemaal nog geen ontsluiting is, maar dat de gynaecologen dat niet willen zeggen omdat het te ontmoedigend is voor de vrouw. Dr. Ponette lacht en zegt dat ik 1 cm heb. Dat is toch wel wat ontgoochelend, vooral omdat hij net ervoor gezegd heeft dat er een vijftal van zijn patiëntes op bevallen staan: allemaal al met 2 à 3 cm ontsluiting. Met mijn zielig centimetertje voel ik mij de minst goede leerling van de klas…
“Wat moet je nu de volgende dagen doen,” begint dr. Ponette zijn opsomming: “veel wandelen en fietsen, Schweppes tonic drinken, ananas eten, liefst die van Ivoorkust (daar zit de meeste kinine in), SEX (met een veelbetekenende blik op Jari), tepelstimulatie,… Als je dat allemaal doet, zul je zeker in de loop van volgende week bevallen.”
Hij doet nog een echo: baby ligt nog steeds mooi in hoofdligging (onmogelijk dat dit nu nog zal veranderen) en het gewicht wordt geschat op ruim 3900 g. Nog steeds een flinke baby ! Zoals altijd ligt baby heel stil tijdens de echo, grappig toch, terwijl het anders zo’n woelwater is.
We praten nog wat na, onder andere over hoeveel beter de bananen smaken in Afrika J. Ik vraag hoe we nu verder afspreken: moet ik een nieuwe afspraak maken voor volgende week ? Dr. Ponette zegt dat een nieuwe afspraak niet hoeft, maar moest ik volgende week vrijdag nog niet bevallen zijn, dan moet ik rond 8 u ’s morgens bellen en dan neemt hij me er wel tussen om te bekijken wat we verder gaan doen. Hij laat me maximum 10 dagen overtijd gaan, dus dat impliceert mogelijk een inleiding op maandag 28/1/08. Ik begin het echt te vrezen… Mijn lijf lijkt gewoon helemaal niet klaar om deze baby te lossen…
Als we net buiten zijn bij de gynaecoloog, belt de toekomstige meter van baby, mijn nicht K, om te vragen hoe het erbij staat. Het is fijn om met haar te babbelen. Mijn schoonmoeder belt later die dag ook nog en vertelt bij wijze van aanmoediging over een vrouw die ze vroeger kende en die van alle 5 haar kinderen, 43 weken zwanger was (dus enkele dagen overtijd hebben niks te betekenen, hoor !). Er zijn ook een aantal e-mails van mensen die willen weten of ik nog niet bevallen ben. Ja kleintje, de wereld wacht op je…
In het weekend valt het me nog vrij goed mee om niet teveel te focussen op het feit dat ik nu (voor de eerste keer) overtijd ben. Zaterdagvoormiddag gaan we nog een keer naar de zwemles met de tweeling en ik zit de volle 45 minuten mee in het water. Het doet zo’n deugd om in het zwembad even niet het gewicht van die dikke buik te voelen, ik geniet er echt van.
Zaterdagavond zijn we uitgenodigd voor een etentje bij S en S. K moet er zijn nieuwjaarsbrief nog voorlezen voor zijn peter en krijgt een mooi piratenschip (een echt schot in de roos). Na het eten spelen we nog een paar gezelschapsspelletjes en dit loopt wat later uit dan verwacht. Rond middernacht realiseer ik me dat ik regelmatig een buikkramp ((voor)wee ??) voel en dit maakt me wat nerveus. We hebben voor vannacht niet echt een goede opvang voor de kinderen…dus stel je voor dat…? Ik word alsmaar zekerder dat het begonnen is en voel me hoe langer hoe minder comfortabel. Ik ben blij als we om 1u30 eindelijk naar huis vertrekken (met 3 slapende kinderen in de auto). Eenmaal thuis valt alle weeënactiviteit stil… we gaan gewoon slapen en worden zondagmorgen wakker zonder dat er iets gebeurd is.
Zondagnamiddag neemt mijn man L en J mee naar ons nieuwe huis waar hij wat gaat werken. K blijft liever bij mij thuis en is het braafste ventje van de wereld. Terwijl ik me met de laatste afwerking van de doopsuiker bezighoud, speelt hij heel lang met zijn piratenschip. Heerlijk rustig.
’s Avonds nemen J en ik ons traditionele zondagavond-bad en zetten daarna één van de tips van dr. Ponette om in de praktijk… Zien of het helpt…
Maandag 21/1/08 arriveert en pfffft, ik zie er wat tegenop om weer die blikken (en vragen) te krijgen op school als ik de kinderen wegbreng. Ach ja, niet verder over nadenken. Weer thuis ben ik wispelturig. Ik voel me nutteloos en onrustig. J stelt voor dat ik de stad inga, nog wat solden doen. Goed dan… Ik vind wonderwel een parkeerplaatsje niet te ver van het centrum en daar waggel ik dan… Ik koop niet veel maar zo passeert de tijd toch en ik ben in beweging ! Tegen 17 u haal ik de kinderen op van school. Ik moet heel dringend plassen na mijn winkelsessie zonder toilet. Dat moet dan maar op school. Weer thuis besluit ik dat ik niet ga koken vanavond. Ik heb wel zin in Chinees, voor een keer. J adviseert me om iets pikants te nemen want ook dat zou de bevalling in gang kunnen zetten. Maar de afhaalchinees is gesloten op maandag, en dus worden het uiteindelijk pita en frietjes…
’s Avonds kijken J en ik naar de film “Music and lyrics” (met Hugh Grant) die J via de satelliet te pakken heeft gekregen. Een leuke romantische komedie, net iets waarvoor ik in de stemming ben ! Tijdens het bekijken ervan voel ik wel weer wat gerommel in mijn buik maar ik besteed er niet al te veel aandacht aan. Als de film gedaan is, wacht ons echter een onaangename verrassing. J had eerder die dag namelijk de afvoer van de wasmachine afgekoppeld omdat hij aan het werk was in de berging. Ik heb me dat natuurlijk niet gerealiseerd en heb de wasmachine aangezet. Resultaat: een overstroomde berging ! J en ik zijn een uur bezig om al het water naar buiten de krijgen, wat een werk ! Ik schrijf nog een berichtje op het forum, dat ik weer zo ontgoocheld zal zijn als ik morgenvroeg wakker word en er is weer niks gebeurd… Dan is het alweer 23u30 en ik ga slapen. Ik vraag me nog even af of er echt niets aan de hand is in mijn buik maar val dan toch als een blok in slaap…
Joepie: weeën !
Dinsdagmorgen 22 januari 2008.
Ergens tussen 4 u en half 5 ’s morgens word ik wakker. Mijn eerste gedachte is: wat fijn dat ik die paar uren geslapen heb ! Ik ben me er ergens van bewust dat ‘iets’ mijn slaap enigszins verstoord heeft en J bevestigt achteraf dat ik onrustig was, dat hij me heeft horen woelen en kreunen af en toe. Ik probeer weer te slapen maar voel met regelmatige tussenpozen een bekende pijn in mijn onderbuik en druk ter hoogte van mijn liezen. Ik ga eens naar het toilet en kruip daarna vlug weer in bed: brrrr, veel te koud om al op te staan. Omstreeks 4u45 ben ik vrijwel zeker: ik heb weeën, er is geen ontkennen aan ! Ze komen al vrij vlug na elkaar, zo om de 5 à 6 minuten. Dat was bij mijn vorige 2 bevallingen ook zo dus ik weet dat dit niet hoeft te betekenen dat de arbeid al ver gevorderd is. Ik blijf nog wat in bed liggen en pieker over hoe we de opvang voor de andere kinderen kunnen regelen. Vanaf 7 u kunnen ze op school terecht, dus met een beetje geluk (lees: als het hier niet àl te vlug gaat) hoeven we geen buren of vrienden in te schakelen.
Rond half 6 sta ik op en ga een douche nemen. Ik weet dat oefenweeën normaal minderen of stoppen door het nemen van een douche, terwijl echte weeën er juist door kunnen versterken… Ik neem de proef op de som… De weeën gaan gewoon door ! Het is echt begonnen ! Dit wordt ook bevestigd doordat ik wat bloederig slijm (oud bloed) verlies. Halleluia, dit moet de slijmprop zijn ! (heb ik de vorige keren nooit gezien dus ik aanschouw het zaakje vol belangstelling, haha).
Na de douche neem ik nog de tijd voor een uitgebreide scheerbeurt: benen, oksels en VOORAL ‘daar beneden’. Ik ben blijkbaar toch ijdeler dan ik dacht; ik trek het me wel degelijk aan wat gyne en vroedvrouwen op het moment suprême van me zullen denken.’t Is wel niet echt een gemakkelijke opdracht: dikke buik zit behoorlijk in de weg en om de paar minuten moet ik even stoppen om een wee op te vangen. Deze zijn nog niet zo heel erg pijnlijk, maar toch, ’t zijn onmiskenbaar weeën. Ik wil me nog een laatste keer wegen in zwangere toestand maar vergeet het uiteindelijk.
Rond 6u15 ga ik J wakker maken, maar hij heeft me horen rommelen in de badkamer een heeft al min of meer geconcludeerd wat er aan de hand is. “En, ’t is zover zeker ?”. Ja dus. Hij komt uit bed, neemt ook een douche en dan maken we de kinderen wakker. Het is vroeger dan anders maar ze merken er niets van. Ik wil ook echt niet dat ze doorhebben dat mijn arbeid begonnen is omdat ik weet dat vooral L dan de hele dag stijf zal staan van de zenuwen. Dus proberen we het ochtendritueel zo normaal mogelijk te laten verlopen.
Ik help de tweeling met aankleden. Om de 5-6 minuten voel ik een wee komen en dan vlucht ik telkens gauw de badkamer uit. Op de overloop vang ik ze dan op. Ik weet zeker dat de kinderen anders aan mijn gezicht zouden zien dat ik pijn heb en dat wil ik dus niet. Bij het ontbijt is het ook een hele uitdaging om niets te laten merken. Ik zet me gewoon bij aan tafel en eet mijn bordje Brinta (ik maak nooit meer dezelfde fout als bij mijn eerste bevalling toen ik helemaal niets meer durfde eten vanaf de allereerste wee) en drink mijn kop thee. Maar telkens er een wee komt (en dat is dus al vrij frequent) ga ik gauw naar de keuken en duik neer achter de keukenblok die de keuken van de eetkamer scheidt. Zo lijkt het (hoop ik) alsof ik iets zoek in de onderste schuif, terwijl ik in feite hurkend een wee wegpuf. Achteraf bekeken is het wel grappig om daaraan terug te denken.
Op een bepaald moment tijdens het ontbijt krijg ik het ineens kwaad en word ik emotioneel. Ik besef de grootsheid van het moment: deze dag gaat het gebeuren ! Ik loop naar boven om in de badkamer even een potje te huilen. J vindt me daar en vraagt waarom ik huil. “Omdat ik me net realiseerde dat ik de kinderen straks niet van school ga kunnen halen,” zeg ik maar dat vind ik zelf zo belachelijk klinken, dat ik halverwege mijn zin in de lach schiet. J bekijkt me alsof ik gek geworden ben en laat me maar doen.
Wanneer ik nog eens naar het toilet ga, zie ik dat ik wel degelijk de slijmprop aan het verliezen ben: slijm met oud bloed. Ik ben er blij mee: nog een teken dat er wel degelijk iets op til is.
Rond half 8 bel ik Véronique, de vroedvrouw van het geboortehuis op om haar te vertellen dat ik –denk ik- in arbeid ben. Ik vertel haar wat er precies aan de hand is en haar conclusie is dat het inderdaad begonnen is. Tien minuten later belt ze me terug en zegt dat ik eens buiten moet gaan kijken naar de prachtige volle maan. Zou die maan het in gang gezet hebben ?? Ze moet zelf gaan lesgeven maar vraagt of ik graag wil dat Linde, een andere vroedvrouw, langs komt om me nog te checken voor we naar Oostende vertrekken. Maar dat hoeft niet wat mij betreft; ik ben er intussen wel zeker van dat dit the real thing is…
Omstreeks kwart voor 8 staan de kinderen klaar om naar school te vertrekken. “Nog een kusje voor mama en een kusje voor baby,” zegt J en alledrie komen ze een kus drukken op mij dikke buik. Ik besef heel duidelijk dat dit de allerlaatste keer is dat ze dit zullen kunnen doen en moet toch iets wegslikken. De kinderen hebben gelukkig niets in de gaten en worden zoals elke morgen gewoon naar school gebracht.
Ik bel naar de materniteit om ze ervan op de hoogte te brengen dat we zullen komen. Ik herken de stem van vroedvrouw Natacha, de vroedvrouw die ons rondleidde op de informatieavond en de vrouw van dr. P. Ze vraagt of het mijn eerste kindje is. “Neen, het vierde,” zeg ik, waarop ze repliceert dat we maar gauw moeten komen…
Ik ga nog gauw op zoek naar een paar CD’s die we kunnen afspelen tijdens de arbeid. Die van Enya vind ik niet direct en J is heel verbaasd dat ik in volle arbeid nog CD’s moet zoeken. Ik stop ze nog gauw bij in het valiesje-voor-de-arbeid en dan zijn we vertrekkensklaar.
Ik leg een grote handdoek op mijn zetel in de auto want stel dat mijn water onderweg breekt… Het is 8u15 als we in St-Denijs-Westrem de autoweg oprijden.
De rit verloopt vlot en rustig. Wel blijven de weeën om de 5 à 6 minuten komen. Ik hou het wat in de gaten op het klokje van het dashboard.
Toen we in Gent vertrokken, zei J dat hij merkte dat het lastiger dan normaal was om de auto te draaien. Zou er iets mis zijn met de servo ? Enkele dagen eerder is er een vrachtwagen achterop onze auto gereden. Er was geen zichtbare schade maar wie weet is er toch iets kapot ? Ik wil op dat moment helemaal niets horen over dat er mogelijk iets mis is met de auto, ik wil gewoon zo vlug mogelijk en zonder verdere incidenten in Oostende geraken !
In Oostende...
Als we in Oostende aankomen (iets voor 9 u) en gelukkig vlakbij het ziekenhuis een parkeerplaats hebben gevonden, wordt duidelijk wat er mis is: de linkervoorband staat behoorlijk plat ! Nu, dat moet J straks maar oplossen; ik wil zo vlug mogelijk naar binnen. Terwijl ik naar de hoofdingang hobbel, informeert een oudere dame waar de ‘urgences’ is en ik wijs haar de ingang van de Spoed aan. Daar zijn we 5.5 jaar geleden binnengegaan voor de geboorte van de tweeling...
We nemen de lift naar de 5e verdieping en wachten even aan de balie van de materniteit. Een vroedvrouw gaat op zoek naar mijn papieren. Het duurt wel even en ondertussen krijg ik een paar weeën. De hoofdvroedvrouw ziet het en zegt: “’t Is al goed bezig precies hé ?” Dan mogen we mee met een jonge vroedvrouw, Wendy; zij zal zich over ons ontfermen. Omdat er geen arbeidskamers meer vrij zijn, installeert ze ons in een gewone kamer, nr. 530. Ik palm het bed in en Wendy controleert eens hoever ik gevorderd ben. Ik blijk 3 cm ontsluiting te hebben en ben daar reuzenblij mee. Vervolgens gaat ze de apparatuur halen om mijn weeën en het hartje van de baby een halfuurtje te monitoren (start 9u15). De weeën komen regelmatig om de 5 minuten, en vormen duidelijke, mooie pieken. Ik vind het interessant om ze te volgen op de monitor terwijl ik ze ook voel in mijn buik. Het hartje van de baby klinkt als een galopperend paardje. Het klopt erg snel, gemiddeld rond de 145 slagen per minuut (maar soms gaat dit zelfs tot 160). Ik heb eens gehoord dat een ‘snelle’ hartslag wijst op een meisje. We zullen zien…
Na een halfuurtje aan de monitor komt Wendy kijken. De weeën zijn goed. Ze zegt dat ze liever wat meer variatie had gezien in de hartfrequentie van de baby (die blijft heel constant) maar dit kan komen omdat de baby wat gestuwd zit. Het is geen reden tot paniek. Ik mag van de monitor af.
Nu ik van de monitor verlost ben, vraag ik of ik een lavement krijg. Dit is niet bepaald iets waar ik me op verheug maar ik wil toch écht geen ongelukje straks in het bad, dus… Ik stuur J wel even buiten, die moet intussen maar even de bagage ophalen. Ik slaag er wonderwel in de volle 5 minuten te wachten voor ik naar de WC moet rennen. Dat is alweer een zorg minder…
Nu dit achter de rug is, stelt Wendy voor dat ik wat ga wandelen op de gang. Goed. J wil zien of hij ergens een krant kan kopen en vraagt of ik mee naar beneden ga. Dat doe ik, maar het valt me danig tegen. In de inkomhall van het ziekenhuis, tussen al die mensen, voel ik me allesbehalve op mijn gemak als wee na wee me overvalt. Terug naar het 5e dan maar, waar ik wat op de gang wandel. Ik bekijk de vele kaders van dankbare ouders die aan de muren hangen en de geboortekaartjes op de deuren. Er ligt hier een vrouw die bevallen is van haar achtste kindje (en alle 8 de kinderen hebben een naam die begint met “Tai”; de jongste heet Tairico) !
Als de hoofdvroedvrouw me ziet wandelen, vraagt ze of het stilgevallen is. Neen, de weeën blijven komen, maar ik merk dat ik me er absoluut niet op kan concentreren met vreemde mensen om me heen (bij de afdeling van de prematuren staat een hele familie te praten en ik vraag me onwillekeurig af wat ze van me denken). Het is moeilijk om de weeën rechtopstaand op te vangen maar ik wil met al die vreemden om me heen ook niet telkens gaan hurken of zo. Ik besluit dus maar terug naar mijn kamer te gaan. Op het bed, steunend op armen en knieën kan ik de weeën het best aan. Maar Wendy wil me duidelijk laten kennismaken met alle mogelijke houdingen om weeën op te vangen en komt binnen met een bodybal. Ze toont me hoe ik hierop kan plaatsnemen en met mijn bovenlichaam op het bed kan steunen. Ik vang zo een paar weeën op maar ik vind het lastig als de bal tijdens een wee druk uitoefent op mijn buik. Ik hou dit dus vrij vlug voor bekeken. Ik probeer nog wat heen en weer te wandelen door de kamer terwijl ik een boek lees maar ook dat gaat me niet echt af. Het bed dus maar weer…
Rond 11 u komt Wendy weer langs en checkt ze nog eens mijn ontsluiting (rond 10 u was die 4 cm). Ik zit nu aan ruim 5 cm: een cm per uur dus. Het gaat niet bepaald supersnel maar dat vind ik OK. Zolang er maar vordering in zit…
Ze zegt me dat dr. Ponette op de hoogte is gebracht van mijn vorderingen en het doet me goed te weten dat hij me van op afstand volgt. Volgens Wendy hoef ik geen schrik te hebben dat hij de bevalling zal missen want hij komt altijd goed op tijd.
“Zou je eens niet in de douche willen ?” vraagt Wendy (die duidelijk voorstander is van veel afwisseling tijdens de arbeid :-)). Ik vraag wanneer ik in het ontspanningsbad mag. Bij de geboorte van de tweeling heb ik dat gedeelte gemist. Tot mijn grote vreugde zegt ze dat we er nu al in mogen. Maar eerst dus in de douche. Met bed en al word ik naar verloskamer 1 gereden. J pakt zijn zwembroek en mag ook mee. Het douchen wordt een giechelige aangelegenheid. We moeten ons wassen met speciaal ontsmettend spul en Wendy herhaalt wel 3 keer dat J moet zorgen dat hij zijn zwembroek aanheeft tegen dat ze terugkomt. Hihi, ze heeft zeker al net iets te vaak een compleet naakte papa aangetroffen. Ondanks de weeën die onophoudelijk blijven komen, elke 4 à 5 minuten, geniet ik van het gebeuren.
In bad !
En dan (11u30) mogen we in het ontspanningsbad. Zalig ! Het doet ongelooflijk veel deugd om mijn hoogzwangere lijf te kunnen laten drijven op het water. Er ligt een speciaal drijvend slangenkussen in het water en daar steun ik met mijn armen en mijn hoofd op. Het valt me zo iets gemakkelijker om de weeën op te vangen en tussendoor kan ik mij heerlijk ontspannen. Wendy heeft onze CD van Enya opgezet en zo hangt er een heel bijzondere, bijna magische sfeer in de verloskamer. J neemt foto’s met zijn onderwatercamera. Als ik er nood aan heb, mag ik in zijn armen een wee opvangen en dan wiegt hij me zacht.
Af en toe horen we Wendy in haar GSM praten en op een bepaald moment zegt ze: “Dokter Ponette is nogal met je begaan, hoor !” Hij heeft al heel wat keren gebeld om te informeren hoe het gaat.
Ik begin me wat flauw te voelen en vraag om druivensuiker. Ik zuig een paar van die tabletjes op en drink geregeld een slokje water. Ik zal al mijn energie nodig hebben…
Af en toe controleert Wendy mijn ontsluiting. Iets voor 12 u heb ik ruim 7 cm (een kleine 8 cm). Wendy zegt dat ik het haar meteen moet zeggen als ik een verandering voel in de weeën want ze voelt dat mijn vliezen uitpuilen en ze zouden ineens kunnen breken. Maar ik voel voorlopig nog niets anders dan gewone weeën.
Ze wacht nog even af en besluit dan dat het tijd is om me in het bevalbad te installeren. Ze vreest dat het anders te lastig voor me zal zijn om die overstap nog te maken. Ik geraak vlot en zonder onderweg uit te glijden in het bevalbad. Hierin is het water een beetje warmer en dat ervaar ik als erg aangenaam. Ik ga gewoon door met weeën opvangen. Hurken blijkt een goede houding te zijn en heel attent bezorgt Wendy me een doekje om de rand van het bad wat te verzachten.
Rond half één komt dr. Ponette binnen en ik ben zoooo blij hem te zien. “Hoe gaat het hier ?” vraagt hij vrolijk en ik kreun vanuit het bad dat hij zich absoluut niet kan voorstellen hoe zéér het wel doet. Hij lacht en vraagt waar het dan wel pijn doet, aan mijn hoofd (omdat ik met een fris doekje op mijn voorhoofd zit) ?! Hij komt de ontsluiting controleren: -nog steeds- 8 cm en bevestigt dat het gaat om een gewone achterhoofdligging: de meest gunstige positie. Hij observeert me een tijdje en verandert iets aan de rugleuning van het bad, zodat ik meer ruimte voor mijn benen krijg (is inderdaad beter). We praten een beetje, onder andere over de invloed van de volle maan op vrouwen die moeten bevallen (volgens hem is er wel degelijk een link, bizar of niet). Dan hoor ik hem tegen de vroedvrouwen zeggen dat hij ‘even naar het 3e gaat’. Ik ga blijkbaar toch nog niet direct bevallen dan… Hij blijft niet zo lang weg en controleert nog een keer: nog steeds 8 cm. “We gaan de vliezen breken,” zegt hij, “want ik heb de indruk dat die alles wat aan het tegenhouden zijn.” Ik vind alles prima. Het mag nu wel vooruit beginnen gaan. Het verbaast me toch wel wat: bij mijn 2 vorige bevallingen begon de arbeid met het breken van de vliezen en nu willen ze niet spontaan breken…
The real thing
Rond 10 voor één breekt dr. Ponette de vliezen met een lang plastic ding dat er heel anders uitziet dan ik het me voorgesteld had (een vrij lang, plat plastic latje dat uitloopt in een punt). Oei, het vruchtwater blijkt meconium te bevatten en is dus geel. Op de foto’s zie je hoe op dat moment een gelig wolkje in het water terecht komt. Dr. Ponette vertelt me dat het vruchtwater meconiumhoudend is. Ik weet maar al te goed dat dat geen goed teken is en vraag of ik dan uit het bad moet. Achteraf bekeken ben ik vrij zeker dat dit in een andere materniteit en bij een andere gynaecoloog het einde zou hebben betekend van mij onderwaterbevalling. Maar ik heb geluk: dr. Ponette panikeert absoluut niet. De harttoontjes zijn nog steeds prima (terwijl hij de harttoontjes beluistert met de doptone, zegt hij “ik-wil-eruit, ik-wil-eruit” aldus de boodschap van het vlug galopperende hartje vertalend) en dus mag ik lekker in het bad blijven. Hoewel, ‘lekker’… Door het breken van de vliezen beland ik ineens op een heel ander intensiteitsniveau van de contracties. Het is opeens gedaan met gezellig babbelen en grapjes maken tussen de weeën door en het wordt heel erg moeilijk om ontspannen de weeën weg te puffen. Wat een geweldige pijn ineens !
Ik verbaas mezelf want hoewel ik normaal een redelijk beheerst persoon ben, is daar nu geen sprake van. De strijd met de pijn vecht ik luidkeels, dat is het enige dat ik op dat ogenblik kan. Ook al weet ik dat ik me door de weeën heen moet puffen en geen energie mag verspillen door te roepen, het is sterker dan mezelf. Bij het begin van elke wee begin ik dapper te puffen maar als de piek nadert, wordt de pijn zo ondraaglijk dat ik het uitschreeuw en blijf brullen tot de wee voorbij is. Achteraf schaam ik me hier dood over, natuurlijk, en ik word er de eerste dagen na de bevalling telkens weer aan herinnerd, door mijn aan flarden geschreeuwde stembanden.
Zo ergens rond de tijd dat mijn vliezen gebroken zijn, is het gezelschap uitgebreid. Femke, de vroedvrouw die mij begeleidde bij de geboorte van de tweeling, is erbij gekomen (wat ik erg fijn vind) en ook een stagiaire-vroedvrouw. Het meisje vraagt heel beleefd of ze bij de bevalling mag blijven. Natuurlijk mag ze dat, het lieve kind. Uit dankbaarheid mag ik (heel hard) in haar hand knijpen.
Dan verbaast J het hele team. Op dit punt, nu ik echt bijna ga bevallen, komt hij tot de constatering dat de batterijen van de camera leeg zijn. Hij verkondigt dus dat hij ‘even’ naar beneden gaat om te zien of hij in het winkeltje batterijen kan kopen. On-ge-loof-lijk toch ! Wendy probeert hem duidelijk te maken dat het misschien toch niet zo’n goed idee is om nu weg te gaan en maant hem aan zich dan toch wel te haasten. Als hij net de deur uit is, rent ze hem zelfs achterna en roept de gang in: “Mijnheer, LOOP !!”. Hihi. Typisch toch ! Uiteindelijk blijken ze in dat winkeltje helemaal geen batterijen te verkopen maar we hebben gigantisch veel geluk. Het is een erg zonnige dag, de zon schijnt op het bad en zo heeft hij toch genoeg licht voor de foto’s. En J is vlug terug en hoeft de geboorte dus niet te missen (ik zou hem dat nooit vergeven hebben!).
Ik ben intussen de wanhoop nabij en geraak de controle helemaal kwijt. Zoveel pijn ! Ik herinner me helemaal niet dat de pijn zo intens zou zijn. Tot vóór het breken van de vliezen zag ik elke contractie met de nodige moed en vechtlust tegemoet, maar nu ben ik ineens bang en panikeer ik omdat ik besef dat er telkens een nieuwe wee komt. Ze doen gemeen veel pijn en komen nu ook korter op elkaar. Ik vrees wanhopig dat er nooit een einde aan zal komen. Want mijn baarmoederhals blijft steken op 8 cm, ondanks het brute geweld dat door mijn lijf raast. Het moet zo ongeveer op dit moment zijn dat ik dr. Ponette voorstel om toch maar een keizersnede te doen. Wat moet dat dwaas overgekomen ! Hij glimlacht en zegt dat ik mijn kindje over vijf minuten in mijn armen zal hebben. Ik geloof hem niet en zeg dat ook. Tegen Wendy en de stagiaire zeg ik dat ze nu zeker nooooit aan kinderen zullen beginnen, nu ze mij zo hebben bezig gezien. Ik roep zelfs: “Oooh, wààrom wilde ik toch absoluut een vierde ?? Drie was toch ook goed !” En ik tier –in ware ‘desperate housewives’-stijl keihard: “Oooooow my gooooood !” Als J heel even mijn hand loslaat om iets te regelen aan de foto- of videocamera, raak ik helemaal in paniek: “Nééé, niet weggaan, J !” Ik moet echt aan weerszijden een hand kunnen vasthouden, anders ben ik reddeloos verloren. Kortom, ik zie af ! J ziet me spartelen in het water en vreest een paar keer dat ik kopje onder zal gaan. Hij is er achteraf redelijk van onder de indruk, hij heeft mij nog nooit zo gezien.
De vroedvrouwen verzekeren me dat ik straks zó blij zal zijn dat ik het zonder verdoving heb gekund. Ze hebben gelijk natuurlijk maar ergens heb ik er op dit moment niet zoveel boodschap aan.
Gelukkig klopt het dat als de nood het hoogst is, de redding nabij is. Dr. Ponette heeft een oplossing, onder de vorm van 1 g Buscopan. Wendy waarschuwt me dat ze me een prik in mijn bovenbeen gaat geven. “Doe maar, doe maar,” zeg ik. Ik voel het niet eens. Amper heb ik dat spuitje gehad of er gebeurt iets ongelooflijks. Er komt weer een wee en ik puf weer dapper maar midden in die wee voel ik diep vanbinnen een overweldigend en moeilijk te omschrijven gevoel: alsof er iets naar beneden schiet. Dit moet mijn baarmoederhals zijn die onder invloed van dat spuitje ineens volledig ontsloten wordt. Meteen begint mijn baarmoeder te persen. En of ik nu wil of niet, ik moet wel meedoen. Eén van de vroedvrouwen roept nog: “Puf ze weg!” maar daarvan is geen sprake. Er is geen tegenhouden meer aan: ik moet gewoon persen. Het overvalt me compleet, ik lig daar in een totaal rare houding in dat bad en ik vergeet dat ik een nieuwe hap lucht moet nemen. Maar dan hoor ik Femkes richtlijnen: “Neem een flinke hap lucht. Kin op je borst en duwen maar !” Net als bij de geboorte van de tweeling verbaas ik me enorm over mijn eigen kracht en op een vreemde manier voelt het goed, de baby naar buiten te persen en dit ook bewust te voelen. Al moet het gezegd: het doet toch écht wel veel pijn, een kind baren !
“Ik ga scheuren, ik ga kapot !!” roep ik, maar toch pers ik door de pijn heen. Ik voel het hoofdje duidelijk zakken. Het is moedgevend te voelen dat het met elke perswee steeds verder zakt en ik dus vorderingen maak. Op een bepaald moment voel ik even met mijn hand, heel eventjes maar want ik vind het eigenlijk doodeng, te voelen wat er daar beneden aan het gebeuren is. Maar mijn nieuwsgierigheid haalt het van mijn schrik. Wat een wonderbaarlijk gevoel: een echt hoofdje met haartjes erop, hard en zacht tegelijk, op weg naar buiten uit mijn lichaam.
Maar als het hoofdje er voor ongeveer één derde uit is, is de contractie opeens voorbij. Dat is echt een heel onaangenaam gevoel, de druk is bijna ondraaglijk. Ik wil er van af zijn en pers maar door, of ik nu een wee heb of niet. Maar persen zonder wee brengt eigenlijk weinig aarde aan de dijk.
En dan ineens voel ik hoe het hoofdje eruit is. Even is de druk wat minder maar dan komt de volgende contractie eraan en ga ik met volle kracht voor de schoudertjes. Weer dat vreselijke gevoel van een veel te groot volume dat door een veel te kleine opening wordt geperst…en dan schiet het hele lijfje eruit !
Het is 13u33: ons vierde kindje is geboren.
Ik heb mijn ogen gedurende het persen quasi constant gesloten gehouden maar nu wil ik kijken. Oh, wat prachtig: een kindje ! Dr. Ponette pakt het zachtjes beet onder de armpjes en laat het nog even onder water blijven. Dan brengt hij het oh zo langzaam naar het oppervlak. Het babytje opent de oogjes en kijkt me aan terwijl het nog onder water is. Pure magie ! En dan krijg ik het in mijn armen. Een overweldigend geluksgevoel overspoelt me. Wat voelt dat perzikhuidje zacht aan. Het huilt een beetje en automatisch begin ik ertegen te praten. Ik zeg de woorden die ik in de maanden erna nog talloze keren zal herhalen: “Mama is zo blij met jou…”. ‘Blij’ is een understatement: ik ben compleet in extase.
Ik geniet met elke cel van mijn lichaam. .
J vraagt zich af wat het nu geworden is. Hij probeert het te zien maar de navelstreng hangt in de weg. Vreemd, maar hoewel ik gedurende de zwangerschap ook heel nieuwsgierig was, vergeet ik nu het geslacht te checken. Pas als Wendy vraagt: “Wil je niet weten wat het is ?”, herinner ik het me. Dr. Ponette grijnst: “Dat zal wel in orde zijn, denk ik.” want hij weet al maanden wat we verwachtten. Ik voel met mijn hand onder de navelstreng. Geen piemeltje. “Een meisje,” glimlach ik en J roept: “Yes !” en maakt een vreugdesprong waarbij hij met zijn hoofd tegen de lamp knalt J.
Nina. Het is een Nina geworden. Wat zijn we onmetelijk gelukkig met haar !
Na een tiental minuutjes nagenieten nemen ze haar even mee voor verzorging en ik klauter ook uit het bevalbad. Op de tafel ernaast wordt de placenta vlot en moeiteloos geboren (de vroedvrouw vraagt heel attent of we hem mee naar huis willen maar…euh… neen, dank u). Dr. Ponette zegt dat hij even gaat kijken of ik gehecht moet worden. De moed zakt me even in de schoenen want ik voel me zooo geradbraakt daar beneden. Hechtingen zijn zo ongeveer het allerlaatste waar ik zin in heb. Maar ik heb geluk. Ik ben niet gescheurd en hoef dus ook niet gehecht te worden. Toch heeft Nina niet bepaald een klein hoofdje: 36 cm. Ze weegt 3700 g en is 51 cm groot. Ze heeft blauwe ogen en redelijk wat donker, pluizig haar op haar hoofd. Het is een erg mooie baby. Haar APGAR-scores zijn 9-10-10, prima dus.
Wanneer ik achteraf terugdenk aan Nina’s geboorte, voel ik vooral pure dankbaarheid. Dankbaarheid omdat dit vierde kindje ons nog gegund is. Ze hoort er al helemaal bij en we kunnen ons ons leven al niet meer zonder haar voorstellen. Ik ben ook dankbaar om de manier waarop ze geboren mocht worden: helemaal natuurlijk, onder water zoals ik het al die maanden gedroomd had en omringd door zachtheid. Het had niet mooier kunnen zijn…









