Column van Anja
Victor
![]() |
Vroeger zat er in mijn klas op de lagere school een jongen, die Victor heette. Hij was niet mijn vriend, integendeel. Wij waren allemaal een beetje huiverig voor die jongen want hij had een soort eczeem. Hij kon er niets aan doen maar als kind zijnde, denk je daar niet over na en ik vond het altijd een ramp als ik tijdens de gymnastiekles naast hem in de rij moest staan. Alfabetisch lot. Maar Victor had daarnaast nog iets en daar was ik wel weer jaloers op. Hij had de meest witte tanden die ik ooit in het echt gezien had. Ja, het bestaat niet alleen in de Prodent reclame... Zijn tanden glommen als een spiegel. |
Twee maal per jaar zaten wij te bibberen en te beven zodra de witte bus de straat in reed en geparkeerd werd naast de school. Precies bij de speelplaats van de kleuters (en waar wij als oudste kinderen die moesten oppassen in de pauzes, gingen staan gluren naar de arme slachtoffertjes die op dat moment de bus in moesten).
En twee maal per jaar leken de tanden van Victor nog veel witter. Hij had dan ook reden om te lachen... Hij wist altijd al ruim van tevoren wanneer zijn vader ons kwam verrassen met een bezoek en ik voelde het steeds als een soort wraakactie van hem omdat wij hem in de gymles negeerden. Ik heb altijd het vermoeden gehad dat zijn vader juist die kinderen die hem het meest plaagden extra blij maakte met een plombeerbehandeling of erger.
Oh, het was een verschrikking. De spanning in de klas was te snijden zodra de eerste kinderen aan de beurt waren. En hoe dichter het bij mijn letter (van de achternaam) kwam, hoe zieker ik mij voelde. Samen met nog 2 klasgenootjes sleepten wij ons voort naar de bus, gingen als bange vogeltjes op het bankje zitten, snoven de akelige lucht in van fluor en vreemde dingen en oh... dan was het zo ver. In de stoel, mond open en voor ik er erg in had, werd er gewroet, geboord en gedaan.
Verbouwereerd moest ik daarna op het bankje plaats nemen met weer een nieuwe vulling bij de verzameling en nog was het niet gedaan. Nee, er moest nog een fluorbehandeling gegeven worden. Van dat vieze spul in 2 harde plastieken kunstgebitachtige dingen die pijn deden aan mijn kaken. Kwijlend en kokhalzend zaten we dan daar... ziek voor de rest van de dag. Het was 2 keer per jaar een ware nachtmerrie.
Hoe anders is het toch nu. Naar de tandarts gaan, is voor de kinderen een waar feest. In die leuke stoel is het als in een attractie en de tandarts is een aardige man die mij van mijn tandartsentrauma af geholpen heeft dankzij zijn kalmerende houding. En na afloop is er de beloning: voor alle kinderen een mooie tandenborstel! Zo een van het soort dat ik nooit koop dus extra mooi!
Ze vrezen niets en zo moet het ook. Tandartsen zijn geen enge mensen maar zij doen gewoon hun werk. Dat het ook op een vriendelijke manier kan, blijkt nu wel.
Ik vraag me alleen af wat ze met die bussen gedaan hebben. Misschien hebben ze er wel een soort rijdende tandartspraktijk van kunnen maken die nu ergens rondrijdt in Afrika... Met hopelijk een aardige tandarts. De vader van Victor heb ik pas nog gezien. Gelukkig maar, hij rijdt daar nu zeker niet rond...
Groetjes van Anja,
mama van de Timmersbende
Mandy (11), Kimberly (9), Michelle (5), Nick (3) en Colin (1).














