K&G investeert fors in kwaliteit van opvang
Uitgangspunten
Meer dan 6 op de 10 kinderen maken in Vlaanderen gebruik van de formele kinderopvang (crèche, onthaalouder, buitenschoolse opvang ). De afgelopen jaren is er heel wat te doen geweest rond de grote vraag naar kinderopvang en het aantal plaatsen dat voorhanden is. Vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen, is een van de opdrachten van Kind en Gezin.
Investeren in de kwaliteit van de opvangvoorzieningen is een andere, even belangrijke uitdaging. De motor van een kwaliteitsvolle kinderopvang is in de eerste plaats de voorziening zelf. Kind en Gezin kan nooit controleren of een voorziening op elk moment van de dag kwaliteit aanbiedt. Er kunnen wel via de regelgeving minimale eisen gesteld worden om kwaliteitsvolle opvang mogelijk te maken. Inspectie kan door middel van momentopnames ter plaatse nagaan of deze minimale kwaliteit geleverd wordt. Maar de voortdurende zorg voor kwaliteit is in handen van de opvang zelf. Kind en Gezin wil de sector helpen om deze opdracht waar te maken.
Met het kwaliteitsdecreet heeft het begrip "tevredenheid" ingang gevonden in de kinderopvang, maar een veelgestelde vraag van de opvangvoorzieningen was "hoe meet je dit bij baby's en peuters?"
Het instrument
In opdracht van Kind en Gezin ontwikkelde prof. dr. Ferre Laevers, van het Expertisecentrum Ervaringsgericht Onderwijs van de KU Leuven, een nieuw instrument dat de mogelijkheid biedt om na te gaan hoe kinderen van 0 tot 12 jaar zich voelen in de kinderopvang.
Het instrument heeft een aantal troeven. Het geeft een eenvoudig en betrouwbaar antwoord op de vraag hoe kinderen het maken in de opvang, of ze zich thuis voelen, of ze genieten en geboeid zijn. Daarbij komt dat het ook bruikbaar is voor baby's. En het geeft een betere kijk op stimulansen en hindernissen voor de ontwikkeling van een kind. Tot slot kan de opvang met het instrument op zoek gaan naar wat nog verbeterd kan worden in de organisatie en in de aanpak van de opvang.
Wat is er nieuw?
Sinds 1993 werkt Kind en Gezin met kwaliteitsmeetinstrumenten voor de groepsopvang (crèches), maar altijd vanuit de interactie tussen begeleider en kind, vanuit het pedagogische klimaat. Nieuw is dat dit instrument uitgaat van het kind zelf en dat het op dezelfde manier kan worden toegepast op de gezinsopvang (onthaalouders) en op de groepsopvang (crèches). Belangrijk is ook dat dit geen instrument is dat gebruikt wordt door de inspectiediensten, maar dat het een zelfevaluatie-instrument is voor de opvangvoorzieningen zelf. Op die manier wordt het een kanaal om "anders te leren kijken naar", "anders te leren denken over" en "anders te leren praten met kinderen".
De werkwijze
Het "Zelfevaluatie-instrument voor welbevinden en betrokkenheid van Kinderen in de opvang" (ZiKo) bekijkt de kwaliteit van de opvang vanuit het standpunt van de kinderen zelf. Met eenvoudige observatieschalen gaat het na in welke mate kinderen zich thuis voelen (welbevinden) en in welke mate ze van de activiteiten genieten en geboeid bezig zijn (betrokkenheid).
Welbevinden en betrokkenheid zijn twee belangrijke voorwaarden voor een kind om te groeien en om al zijn mogelijkheden te ontplooien. Is het welbevinden bijvoorbeeld nogal laag, dan weten we dat de emotionele ontwikkeling in gevaar komt. Is de betrokkenheid laag, dan weten we dat de Kinderen zich niet ten volle kunnen ontplooien. Deze gegevens worden verzameld door een systematische scanning op een vijfpuntenschaal.
Aansluitend bij de scanning wordt er gezocht naar elementen die het waargenomen niveau van welbevinden en betrokkenheid kunnen verklaren. Met behulp van enkele omgevingsschalen worden deze gegevens verwerkt tot conclusies. Met deze conclusies kan de opvang aan de slag gaan en een aantal verbeterinitiatieven nemen die de kwaliteit van de opvang ten goede komen.
Vanaf wanneer wordt het instrument gebruikt?
In het najaar van 2004 wordt het instrument in elke Vlaamse provincie geïntroduceerd. Alle opvanginitiatieven worden hierop uitgenodigd. Tegelijkertijd kreeg prof. dr. Laevers ook de opdracht om het gebruik van dit instrument in de sector te begeleiden tot 2006.
Het is de eerste keer dat Kind en Gezin op zo'n grote schaal in begeleiding investeert. Hiermee kiest Kind en Gezin voor een intensieve uitwisseling van ervaringen met het instrument om zo samen verder werk te maken van het recht van kinderen op een kwaliteitsvolle kinderopvang.











