< 9Maand-Sponsor >

Nestlé Baby

< Publiciteit >

Baby Junior

BabyGoodies.eu

Popje.com

Rainbowbabies

Pepatino.be

Jolena

BasilKato.be

Chauffage Verzelen

Kind & Gezin

VLOV

Home » Uit de krant » Artikels uit 2006 » Kinderopvang in Vlaanderen

Resultaten kwaliteitsonderzoek: kinderopvang in Vlaanderen



Kinderen voelen zich vrij goed in de opvang, maar de betrokkenheid kan merkelijk beter.

In opdracht van Kind en Gezin ontwikkelde het Expertisecentrum Ervarings-gericht Onderwijs (ECEGO) van de K.U.Leuven een Zelfevaluatie-instrument voor de Kinderopvang (ZiKo). Dat instrument biedt de mogelijkheid om na te gaan hoe kinderen van 0 tot 12 jaar het maken in de kinderopvang.

Welbevinden en betrokkenheid
ZiKo helpt voorzieningen om meerdere keren per jaar de kwaliteit van hun aanpak te peilen. Het instrument bekijkt de kwaliteit van de opvang vanuit het standpunt van de kinderen: in welke mate voelen kinderen zich thuis (hun welbevinden) en in welke mate zijn ze geboeid bezig (hun betrokkenheid)? Welbevinden en betrokkenheid zijn belangrijke voorwaarden voor een kind om zich sociaal-emotioneel goed te ontwikkelen en om al zijn mogelijkheden te ontplooien.

Werkwijze
De procedure begint met een observatieronde waarin de voorzieningen in kaart brengen 'hoe kinderen het maken'. Het gaat meer bepaald om een meting - op een vijfpuntenschaal - van het 'welbevinden' en van de 'betrokkenheid'. Om hun sterke kanten te leren kennen én om actiepunten te formuleren gaan de voorzieningen in een tweede stap na welke factoren een verklaring bieden voor de hogere scores en waaraan de lagere scores toe te schrijven zijn. De derde stap is het kiezen van verbeteracties.

Resultaten
Sinds de invoering van ZiKo in het najaar van 2004 kregen meer dan 600 voorzieningen een training in het gebruik ervan. De observaties en de gesprekken leveren gegevens op die betrekking hebben op meer dan 8000 kinderen.

»» Welbevinden
De helft van de kinderen voelt zich goed tot zeer goed in de opvang, terwijl een minderheid (6% van de kinderen) laag scoort. Dat geeft een algemeen gemiddelde van 3.61 op een schaal van 5, een redelijk resultaat. De initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO's) geven het gunstigste beeld voor welbevinden.
15% van de voorzieningen haalt een score die beneden het aanvaardbare minimum van 3.5 ligt, 85% scoort erboven.

»» Betrokkenheid
Het algemene gemiddelde voor betrokkenheid is 3.29 - een eerder zwakke score. Nagenoeg 40% van de kinderen is betrokken tot zeer betrokken bezig tijdens de activiteiten (score 4 tot 5), wat zich uit in hoge concentratie en opgeslorpt zijn door de activiteiten. Maar bij een op de vijf kinderen zien we geen activiteit of wordt de activiteit vaak onderbroken (score 1 of 2).
De betrokkenheid is globaal genomen iets hoger in de buitenschoolse opvang (6- tot 12-jarigen), dan in de opvangvoorzieningen waar baby's (0 tot 8 maanden) of kruipers (8 tot 12 maanden) apart worden opgevangen. Verder zijn jongens iets meer betrokken dan meisjes.
42% van de voorzieningen heeft een gemiddelde score voor betrokkenheid die lager ligt dan 3.5 (het aanvaardbare minimum). 58% scoort voldoende tot zeer goed.

»» Verklaring
Aansluitend bij deze resultaten over welbevinden en betrokkenheid werd er gezocht naar verklaringen in de aanpak van de opvang. Die wordt bepaald door de volgende factoren: De aanpak heeft duidelijk een impact op het welbevinden en op de betrokkenheid. Een betere score voor sfeer, begeleidersstijl en aanbod kan het welbevinden behoorlijk doen toenemen. Voor betrokkenheid hebben alle aanpakfactoren een invloed, maar vooral het aanbod, de ruimte voor initiatief en de begeleidersstijl wegen door en maken dat kinderen erg betrokken kunnen zijn.

Conclusies
Kinderen maken het in het algemeen redelijk goed als we kijken naar het niveau van welbevinden, maar de betrokkenheid bereikt het minimaal aanvaardbare niveau niet (3.5 op een schaal van 5). Gelet op de grote verschillen tussen de voorzieningen, zijn er nog inspanningen nodig om door middel van opleiding en nascholing de deskundigheid van begeleiders en verantwoordelijken te bevorderen en zo de minder goede voorzieningen op het niveau van de betere te brengen. Kinderen opvangen is een vak, waarvoor specifieke competenties nodig zijn. Kinderen moeten zich ten volle kunnen ontwikkelen (leren, experimenteren, grenzen verleggen, enz.).
Het regelmatig gebruiken van ZiKo door de voorzieningen vormt een evident onderdeel van de strategie voor kwaliteitsbevordering. Hoopgevend is dat ZiKo bij de meeste voorzieningen goed in de smaak blijkt te vallen: 88% van de voorzieningen vindt ZiKo 'goed tot zeer goed' en 90% wil er verder mee werken.

Bron: Kind & Gezin


[Reageer]