Kinderopvang-sector wil tekort van 15.000 plaatsen invullen
Kinderopvang moet basisvoorziening worden
In het regeerakkoord staat dat de Vlaamse regering tegen 2008 zo'n 5000 nieuwe plaatsen in de kinderopvang zal realiseren. Dit is veel te weinig om de behoefte aan kinderopvang in te vullen en de vele wachtlijsten weg te werken. Het aantal nieuwe plaatsen moet minstens 20.000 zijn, wil men de vraag kunnen volgen. Van kinderopvang een basisvoorziening maken, kan enkel als de regering bereid is op korte termijn te investeren in bijkomende plaatsen. Dit zowel in de gesubsidieerde als in de particuliere sector.
Er wordt door de regering nu gekozen om 18,5 miljoen euro te investeren in een actieplan flexibele opvang. De sector onderkent de nood aan flexibele opvang, maar deze is onlosmakelijk verbonden aan een goed basisaanbod. Om die boodschap met kracht over te brengen aan de Vlaamse regering, hebben alle actoren die te maken hebben met kinderopvang, over alle netten en kleuren heen zich verzameld in een Staten Generaal van de Kinderopvang.
In de zelfstandige sector zijn er sinds de start van de huidige legislatuur en eind juni van dit jaar 3.184 plaatsen bijgekomen. Wat de gesubsidieerde sector betreft werden er onlangs 11.643 aanvragen voor nieuwe gesubsidieerde kinderopvangplaatsen gedaan. Kind en Gezin maakte voor de zomer bekend dat slechts voor 1166 plaatsen in de erkende en gesubsidieerde sector middelen beschikbaar zijn, of slechts voor 10 procent van alle aanvragen. Een ontgoocheling voor de gesubsidieerde sector, die grote inspanningen heeft gedaan om nieuwe plaatsen te creëren, met name administratieve dossiers ingediend, afspraken gemaakt met architecten en financiers en extra ruimte gecreëerd.
De sector merkt op dat men pas dergelijke inspanningen doet, als men er zeker van is dat men die plaatsen ook daadwerkelijk kan invullen en bijgevolg de nood aanwezig is. Maar ook de ouders zijn hiervan de dupe. Crèches die niet in aanmerking komen voor subsidiëring door Kind en Gezin, kunnen immers enkel met eigen middelen opstarten, waardoor ze genoodzaakt zijn een hogere bijdrage aan de ouders te vragen willen ze kunnen overleven.
De zelfstandige sector zou graag bijkomende plaatsen realiseren, maar krijgt hiervoor onvoldoende middelen. Voor die sector trekt de minister vanaf dit jaar weliswaar 500 euro per plaats per kind uit, maar dit is ruim onvoldoende om de sector leefbaar te houden en de ouderbijdrage te verlagen waardoor ze zich ook kunnen richten op sociaal zwakkeren.
- Gelijke kansenbeleid begint van in de kribbe of van bij de onthaalouder
Nochtans blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat kinderopvang de gelijke kansen stimuleert. De pedagogische functie stimuleert de fysieke en psychische ontwikkeling van het kind en de sociale functie in de kinderopvang zorgt voor betere integratie en gaat uitsluiting tegen. Het is net die sociale functie waar in de gesubsidieerde kinderopvang veel belang aan gehecht wordt.
Gelijke kansenbeleid begint al van in de kribbe of van bij de onthaalouder, en kan de achterstand in het onderwijs wegwerken. Door het tekort aan plaatsen komt ook de combinatie gezin arbeid in het gedrang. Ouders worden geconfronteerd met steeds langere wachtlijsten en als er dan een vrije plaats is, hebben ze vaak geen keuzevrijheid om hun kinderen naar de opvang te doen die ze zelf verkiezen. Mogen we niet vergeten dat ook de rol van grootouders in de opvang sterk gewijzigd is. Uit cijfers van Kind en Gezin blijkt dat hun aandeel in de kinderopvang jaar na jaar afneemt.
- Flexibele en occasionele opvang is onlosmakelijk verbonden aan goed basisaanbod
Er wordt door de regering nu gekozen om 18,5 miljoen euro te investeren in een actieplan flexibele en occasionele opvang. De sector onderkent de nood aan flexibele en occasionele opvang, maar deze is onlosmakelijk verbonden aan een goed basisaanbod. Met andere woorden kinderopvang moet een echte basisvoorziening worden, voor iedereen toegankelijk en betaalbaar en kwaliteitsvol, vergelijkbaar met het kleuteronderwijs. Zolang de sector onvoldoende middelen krijgt voor een kwaliteitsvolle uitbouw van een aanbod kinderopvang en dit met voldoende personeel is er geen sprake van een gelijke kansenbeleid. Tot slot willen we er op wijzen dat de inspanningen van het onderwijs op het vlak van buitenschoolse opvang moeten worden gevaloriseerd en breder worden uitgebouwd.
| Aantal plaatsen aangevraagd en verkregen bij de laatste uitbreidingsronde gesubsidieerde opvang Er werden maar liefst 4.146 plaatsen aangevraagd in crèches voor kinderen van 0 tot 3 jaar. Amper 472 daarvan zijn toegewezen. Bij de diensten voor onthaalouders werden 1008 plaatsen gevraagd, en zijn er slechts 168 toegewezen. In de buitenschoolse opvang is de situatie nog triester. De Buitenschoolse opvang in kinderdagverblijven had 398 plaatsen gevraagd en krijgt er 80. Van de 6091 plaatsen die aangevraagd werden in initiatieven buitenschoolse opvang (de zogeheten IBO\'s) zijn er slechts 446 positief geadviseerd. Dat wil zeggen dat minder dan 1 plaats op de 10 aanvragen in aanmerking komt voor overheidssubsidiëring. In totaal werden dus 11.643 plaatsen aangevraagd, waarvan er 1.166 (10%!) erkend zijn voor subsidiering. |
Meer kinderopvang in 2006:
- Krant: Actieplan flexibele en occasionele kinderopvang (2 april 2006)
- Krant: Resultaten kwaliteitsonderzoek: kinderopvang in Vlaanderen (15 oktober 2006)
En je wil het graag delen met anderen?
Mail het ons dan: eva@9maand.com.
We zorgen dat het hier een plaatsje krijgt.











