Prenatale onderzoeken en tests
De eerste prenatale controles verschillen in feite niet zoveel van die bij een eenlingzwangerschap. Hoewel je wel kan spreken van een verhoogde waakzaamheid.
Bij het prenataal onderzoek wordt altijd gekeken naar de kleinste baby. Er wordt vaker een echo genomen om de conditie van beide baby's, maar vooral van de kleinste baby na te gaan. Er wordt ook gekeken of beide baby's goed groeien. Blijft 1 van de baby's ernstig achter in de groei, dan zal de dokter ingrijpen. Je krijgt dan volledige bedrust voorgeschreven. Betert de conditie van de baby('s) niet, dan kan de dokter overgaan tot een keizersnede (niet voor 28 weken). Geen gewone bevalling omdat deze teveel risico's zou kunnen opleveren voor het zwakste kindje.
Vlokkentest
Bij een tweelingzwangerschap is deze test niet altijd mogelijk omdat ze ofwel ze teveel risico inhoudt ofwel niet mogelijk is door de ligging van de vruchtjes.
In de andere gevallen is het wel mogelijk. Met een kleine zuigslang, die via de baarmoederhals ingebracht werd, neemt men een monster van het weefsel van de latere placenta('s). Dit onderzoek wordt steeds gedaan in combinatie met een echografie.
Vruchtwaterpunctie
Door middel van een echo wordt eerst de ligging van beide baby's bepaald. Met een naald prikt men door de buik tot in de amnionholte van de eerste baby. Eerst zuigt men een staal van het vruchtwater op. Daarna spuit men een onschadelijke kleurstof in de vruchtholte in, zodat het vruchtwater kleurt. Vervolgens prikt met een naald doorheen de buik- en baarmoederwanf tot in de tweede vruchtzak. Ook hier wordt een staal van het vruchtwater genomen. Aan de hand van de kleur van het vruchtwater kan men zich ervan vergewissen dat het om vruchtwater van de tweede baby gaat.
Achteraf krijg je een weeënremmend middel toegediend en moet je een dag in het ziekenhuis blijven ter oberservatie.
Meer artikels:
En je wil het graag delen met anderen?
Mail het ons dan: eva@9maand.com.
We zorgen dat het hier een plaatsje krijgt.











