< 9Maand-Sponsor >





< Publiciteit >

Baby Junior

Jolena

BasilKato.be

Rainbowbabies

Pepatino.be

BabyGoodies.eu

Popje.com

Chauffage Verzelen

Kind & Gezin

VLOV

Home » Verhalen » Kleine Engeltjes » Jitse*, mijn dochtertje

Jitse*, mijn dochtertje



Donderdag 11 september 2003

Terwijl de wereld herdenkt hoe twee jaar geleden de wereld zo'n beetje instortte, ga ik voor de laatste keer op controle bij de gynaecoloog. Nog een maandje en dan zal het zo ver zijn.
Ik lig op de tafel voor de echografie en geniet van de beelden. Maar het duurt lang.
Dan laat de gyne alles eens duidelijk zien: kloppend hartje, gezichtje, armpjes, ruggengraatje, beentjes. Maar dan spreekt hij de woorden uit die mijn hele verdere leven in mijn hoofd zullen blijven nagalmen: 'We hebben toch een probleem hoor'.
Hij toont mij een zwarte vlek in het hoofdje van de baby. 'Dit hoort grijs te zijn', zegt hij. 'Het ziet er naar uit dat er vocht in de hersentjes zit.'
Hij haalt er een collega bij. De term 'waterhoofdje' valt. Ik geraak lichtjes in paniek. Ik begrijp niet wat er aan de hand is, maar voel aan dat dit heel ernstig is. De gyne spreekt me heel rustig toe, hij wil niet veel informatie geven omdat hij met zijn apparatuur geen diagnose kan stellen. Hij stelt voor om zo snel mogelijk naar Gasthuisberg te gaan voor een uitgebreide echografie. Hij belt zelf naar Leuven en de volgende dag mogen we er al naar toe. Hij wenst me veel sterkte toe en zegt dat we mogen opbellen zodra we meer weten.
En dan sta ik in de gang van het ziekenhuis. Alleen, en niet bij machte om tot me door te laten dringen wat ik zojuist heb meegemaakt. Ik slaag er in een telefoon te vinden en bel Bjorn op. Ik weet helemaal niet wat ik moet zeggen en zeg dan maar iets over vocht in de hersentjes en of hij direct naar huis kan komen.
In een roes rijd ik naar huis. Bjorn is er al. Hij probeert het allemaal positief te zien, hij hoopt dat het allemaal wel zal meevallen. Maar ik kan zijn hoop en zijn poging tot optimisme niet delen.
De rest van de dag verloopt in een waas. We bellen wat mensen op. Familie, vrienden. Mijn schoonouders zijn op reis en we beslissen om hen nog maar niet te verwittigen zolang we niet meer weten.
Nu is mijn wereld ingestort. Het is 11 september. Morgen gaan we naar Leuven en weten we meer.


Vrijdag 12 september 2003

Met de moed in de schoenen rijden we naar Leuven. We hopen echt dat het goed afloopt. In Leuven zijn de beste dokters en die kunnen ons kindje vast helpen. Ik heb mijn koffer zelfs mee, voor het geval ze zouden beslissen om Jitse* onmiddellijk te laten geboren worden.
In Leuven zijn we onder de indruk van de imposante inkomhal en de enorme uitgestrektheid van het ziekenhuis. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen.
We worden binnengelaten in het kamertje van de gynaecologe. Ze stelt zich kort voor en zegt dan niks meer. Ze gaat aan het werk. Alles wordt tot in de kleinste details bekeken. Drie kwartier lang klinkt alleen het zoemen van de apparatuur. Het is snikheet en donker in het kleine lokaaltje zonder vensters. Ik kijk mee op de monitor en zie tot mijn ontsteltenis veel meer en grotere zwarte vlekken dan de dag voordien op het kleine schermpje in ons ziekenhuis. Terwijl het hele hoofdje grijs zou moeten zijn, zie ik veel meer zwart dan grijs. De paniek slaat weer toe. Maar ik durf de stilte niet te breken.
Het onderzoek is afgelopen, we mogen even gaan zitten. Er wordt een kinderarts bijgehaald, hij is gespecialiseerd in neo-natalogie. Ze hebben geen goed nieuws voor ons. De diagnose is loodzwaar: schizencephalie. Door een genetische afwijking zijn de hersentjes van Jitse* heel slecht ontwikkeld, ongeveer een derde van de hersenmassa ontbreekt, in beide hersenhelften.
De prognoses zijn zeer onduidelijk, maar dat het kindje zeer zwaar psycho-motorisch en mentaal gehandicapt zal zijn is een feit. Niemand kan voorspellen of ze ooit zal kunnen zien, horen, spreken, eten, begrijpen, lopen, lachen. Ze zal zware, nauwelijks controleerbare epilepsie ontwikkelen. De term 'plantaardig leven' valt. Alles wordt rustig en duidelijk aan ons uitgelegd.
Dan worden we eventjes alleen gelaten. De wereld staat stil. We zijn er kapot van. Voor ons is het al snel duidelijk dat wij Jitse* alles willen geven wat we haar kunnen geven, maar dat we van haar (en ons en Robbes) leven geen lijdensweg willen maken.
Wanneer de dokter en de gynaecologe terugkomen, stellen ze ons voor om een paar dagen rustig na te denken over hoever we willen gaan met het behandelen. De vitale functies (ademhaling, hartslag), zullen waarschijnlijk geen probleem vormen, maar voeding zou al een eerste groot obstakel kunnen vromen, vooropgesteld natuurlijk dat ze de geboorte overleeft, want ook dat is een vraagteken. Ze spreken heel rustig met ons. Beantwoorden onze vragen, geven ons de gelegenheid om alles tot ons door te laten dringen. We maken een nieuwe afspraak voor dinsdag, dan zullen we samen beslissen wat er zal gebeuren, in overleg met onze eigen gynaecoloog.
Als we de spreekkamer uit komen, weten we al zeker dat Jitse* kunstmatig in leven houden voor ons geen optie is, wij zullen haar verliezen. Onze droom spat uiteen. Het meisje waar we zo naar verlangd hebben, het kindje waar ik al zoveel van hou en waar ik al zo'n goede band mee heb, zullen we verliezen. Onze hele toekomst is op een paar uurtjes tijd compleet veranderd.
Leuven ligt op anderhalf uur rijden van ons huis, maar door files doen we er twee keer zo lang over. Dit is een hel. Bjorn kan zijn aandacht nauwelijks bij het verkeer houden. We praten met elkaar. De gsm is op zo'n moment een fantastische uitvinding. Ik bel iedereen op die op de hoogte moet gebracht worden en nog een paar mensen. Ik bel ook mijn gynaecoloog op, vertel in het kort wat ik van het gesprek onthouden heb en maak een afspraak voor maandag.
Thuisgekomen bellen we de huisarts op. Ik ben helemaal ontredderd en heb iets kalmerends nodig. Zij komt 's avonds nog langs en blijft, ondanks het late uur nog een hele tijd zitten om de situatie te bespreken.
Dan gaan we naar bed, in de wetenschap dat we onze kleine meid zullen verliezen. Wanneer, dat weten we nog niet, maar het lot is onafwendbaar. We zijn allebei ontroostbaar.


Weekend, 13 en 14 september 2003

Ook het weekend verloopt in een waas. Ik word heen en weer geslingerd door alle mogelijke gevoelens, die elkaar in een sneltreinvaart opvolgen. Van ongeloof, ontkenning, verdoving, over geloof in een wonder, denken dat ik droom, woede, ontsteltenis, ontreddering, schuldgevoel, tot diepe wanhoop en eindeloos verdriet. Ik herinner me de vreugdetranen, toen ik met de positieve zwangerschapstest naast Bjorn in de zetel plofte. En nog meer vreugdetranen, toen ik te weten kwam dat het een meisje zou zijn. Deze zwangerschap, dit kindje heeft zoveel goeds in mij naar boven gehaald, zoveel vreugde, zoveel liefde. Het is toch niet eerlijk dat ik dat nu weer allemaal moet afgeven?
Beetje bij beetje sijpelt de vreselijke waarheid door tot in het diepste van mijzelf. Op de momenten dat ik rustig ben, praat ik zoveel mogelijk met Jitse*. Ik leg haar alles uit, zeg haar dat we haar alles zullen blijven geven wat ze nodig heeft, dat we haar tot niks zullen dwingen, dat ze haar eigen gang mag gaan. Ik zeg haar dat ik haar zal proberen te aanvaarden zoals het is, en ik herhaal steeds maar weer dat ik zoveel van haar hou.
Er komen vrienden en kennissen langs. Zo goed en zo kwaad als het gaat proberen we ook aandacht te schenken aan Robbe en hem uit te leggen wat er aan de hand is. Al is hij pas vier, hij beseft heel goed hoe ernstig de situatie is.
Op het internet probeer ik informatie te zoeken over schizencephalie. Uit de wetenschappelijke teksten, allemaal in het engels, word ik niet veel wijzer. Ervaringsverhalen vind ik niet. Het blijkt iets ontzettend zeldzaams te zijn. Mijn gynaecoloog heeft gezegd dat hij in de 18 jaar dat hij zijn beroep uitoefent, deze afwijking nog nooit meegemaakt heeft. Op een babysite en op het forum van 'met lege handen' schrijf ik mijn verhaal neer, en krijg ik ontzettend veel reactie. Hele lieve mensen allemaal, die me veel steun verlenen.
Op zondagavond komt Alexander langs. Alexander is een priester. Hij heeft ons getrouwd, heeft Robbe gedoopt maar hij is bovenal een hele goede vriend die op zulke moeilijke momenten meer dan goud waard is. We praten samen over de situatie. Op een bepaald moment komt ter sprake dat we dinsdag opnieuw naar Leuven moeten en dat we zo opzien tegen de reis, het verkeer, de files.
Onmiddellijk neemt hij zijn agenda, schrapt demonstratief een paar afspraken op dinsdag en biedt ons aan om die dag onze chauffeur te zijn. Fantastisch toch!
Het begint ook tot me door te dringen dat ik nog een kleine vier weken zwangerschap voor de boeg heb. Vier weken alleen thuis zitten, in het besef van wat er gaat gebeuren. Dit kan ik eigenlijk niet aan. Ik ken mijzelf goed genoeg om te weten dat ik, in mijn diepste wanhoop, werkelijk tot erge dingen in staat ben. Ik durf het niet aan om nog een seconde alleen te zijn.
Ik ben zo bang. Bjorn kan geen vier weken thuis blijven. Vier weken op tranquillizers is ook geen oplossing. Ik zal iets moeten vinden om mijzelf te beschermen.
Bjorn heeft voorlopig ziekteverlof. Maandag gaan we terug naar de gynaecoloog. Misschien komt er dan een oplossing uit de bus. Of misschien worden we straks wakker en blijkt het allemaal een nachtmerrie te zijn geweest.


Maandag 15 september 2003

Ik vul de striemende leegte met het zoeken naar lotgenoten op het internet. De computer lijkt mijn enige troost in deze bange dagen.
Kort na de middag gaan we naar de gynaecoloog. We hoeven niet in de wachtkamer, maar mogen onmiddellijk de spreekkamer binnen. Ik heb een hekel aan wachtkamers, en ik heb me vaak geërgerd aan mensen die niet hoeven te wachten. Nu pas besef ik dat mensen die hun beurt niet hoeven af te wachten, meestal niet te benijden zijn.
We bespreken één en ander. Hij heeft al contact gehad met de dokters in Leuven, en ook hij heeft niet veel hoop. Hij heeft deze aandoening in zijn 18 jaar lange loopbaan nog nooit meegemaakt.
Dan komt de kwestie ter sprake of ik mijn zwangerschap uit zal dragen of niet. Hoe graag ik dat ook zou willen, ik kan het echt niet. De angst is te overweldigend. Samen besluiten we om het kindje op het einde van de week te laten geboren worden, na 37 weken zwangerschap. Donderdag of vrijdag zal het gebeuren, we mogen kiezen. Ik bedenk dat het donderdag de 18de is. Eén maand later, op 18 oktober, zal mijn schoonzus trouwen. Ik wil niet dat het op haar huwelijksdag allemaal precies een maand geleden is, en dus beslissen we om vrijdagmorgen de bevalling in te leiden. We weten niet of Jitse* de geboorte zal overleven.
De rest van de week kunnen we ons voorbereiden op het afscheid. Niemand kan voorspellen hoe lang het zal duren. Als ze sterk is, zullen we alles doen om het haar zo aangenaam mogelijk te maken. Als ze zwak is, zullen we dat ook doen. Geen onaangename of pijnlijke behandelingen, geen extra stress. Alleen maar liefdevolle zorgen en warme aandacht, geborgenheid en tederheid, dat is wat we haar al 8 maanden gegeven hebben, en wat we zullen blijven geven.


Dinsdag 16 september 2003

Deze hele dag zal in beslag genomen worden door de reis naar Leuven.
Alexander komt ons al vroeg ophalen. Van zijn spreekwoordelijke te laat komen is dit keer geen sprake. Het verkeer valt mee en we zijn er vrij vroeg. De atmosfeer in het immense ziekenhuis overweldigt ons opnieuw.
We komen opnieuw bij dezelfde gynaecologe terecht. Ze is heel anders dan de vorige keer. Toen was ze aanvankelijk wat koel overgekomen. Maar nu is ze vol warme menselijkheid en begrip. We gaan eerst naar een spreekkamer waar we rustig de toestand bespreken. De kinderarts is er ook weer bij. Het dringt tot me door dat in dat kamertje waarschijnlijk al heel veel gesprekken over leven en dood zijn gevoerd. Dat grote vreugde en groot verdriet van ontelbare mensen in deze kleine ruimte samengebald zitten.
We praten over onze beslissing om Jitse* vrijdag te laten geboren worden, en om de natuur haar gang te laten gaan. Dat vinden beiden een goede beslissing. Wij hebben zovele vragen, maar met veel geduld en aandacht geven ze uitleg op alles wat we willen weten. Eerlijk en openhartig. We hebben ook veel vragen over de toekomst. Wat als we nog een kindje willen?
Ik vraag ook of de gynaecologe nog wat foto's kan maken. Gezichtje, armpjes, beentjes, hartje. Alles is mogelijk.
Er worden opnieuw echo's genomen op twee verschillende apparaten. De diagnose blijft even zwaar. Jitse* heeft geen kans op een menswaardig leven.br> Op onze vraag gaan we ook nog eens langs bij een kinderneuroloog. Achteraf gezien hadden we dat misschien beter niet gedaan. De manier waarop deze man ons te woord staat, vormt zo'n groot contrast met die andere twee mensen.
Hij is ronduit grof tegen ons. Kort samengevat vindt hij dat wij verplicht zijn om Jitses leven zo lang mogelijk te rekken. Letterlijk zegt hij 'als dat kind niet drinkt, ga je het dan laten creperen? Dat zou toch niet erg menselijk zijn'. Wij zijn geschokt. De visie van deze man staat zo haaks op de onze, dat het ons haast onmogelijk lijkt dat hij vanuit zijn standpunt (hij is een dokter, dus hij moet levens redden), wel een heel klein beetje gelijk kan hebben.
Gelukkig is Alexander er. We doen het hele verhaal, ook dat van de kinderneuroloog. En hij vindt ook dat die man veel te veel reageert vanuit een doktersstandpunt, en niet vanuit een diep menselijk aanvoelen en respect voor het leven.br> Bij het naar huis gaan staan we opnieuw staan we twee uur in de file.
Gelukkig hoeven we nu niet zelf te rijden. Ik ben doodmoe. De spanning van de laatste dagen begint zijn tol te eisen. Ik wil niet meer. Ik wil weg, ik wil slapen tot alles voorbij is, ik wil zelf sterven, als ik daar Jitse* een beter leven mee kan geven. Ik streel zachtjes mijn buik. Alles zou ik willen doen voor het kindje dat nu nog veilig in haar warme nestje zit. Desnoods wil ik voor altijd zwanger blijven. Maar het kan niet. Mijn liefde is alles wat ik haar kan geven.


Woensdag, 17 september 2003

Alles is tegelijkertijd wezenloos en hallucinant. Het is als een droom waaruit ik nooit meer wakker kan worden.
We proberen alles zo goed mogelijk voor te bereiden. We stellen een geboorte- overlijdenskaartje op, zoeken toepasselijke teksten en muziek, leggen de laatste hand aan de adressenlijst, we gaan zelfs langs bij de begrafenisondernemer, die een vriend van ons is. We weten niks over mogelijkheden van begrafenis of crematie. Maar het is zo vreemd, we spreken over de uitvaart van iemand die nog springlevend is, die nog niet eens geboren is. Doen we hier wel goed aan? Maar het enige waar het ons om te doen is, is om aan niks meer te hoeven denken eenmaal Jitse* geboren is, en ons volledig op haar te kunnen richten.
Ik had nog maar 1 babypakje gekocht voor Jitse*. Ik had het gekocht voor het trouwfeest van mijn schoonzus. Maar ik kan het niet over mijn hart krijgen om dat met haar mee te geven. Ik wil het houden, als herinnering. Dus ga ik naar een babywinkel en zoek daar een mooi wit pyjamaatje uit. Maatje 50. Zo piepklein, en toch zal het wellicht nog te groot zijn.
Ik wil ook een naamtreintje, net zo eentje als van Robbe. Maar ik heb pech, want de 'e' is uitverkocht en komt pas volgende week weer binnen. Even komt de paniek, ik wil het wel nu hebben. Maar dan bedenk ik dat er in Robbe's treintje ook een 'e' zit. Die kunnen we dan voorlopig gebruiken.
Er komt ook elke avond wel iemand langs, zodat we heel veel kunnen praten.
Praten en huilen, proberen om de toestand onder ogen te zien. Het is zo moeilijk maar het moet. We hebben geen enkele keuze.
Heel af en toe hopen we dat ze zich vergist hebben, dat we plots telefoon zullen krijgen van iemand die ons vertelt dat de echografietoestellen zowel in ons eigen ziekenhuis als in Leuven defect waren. Dat het allemaal een vergissing is geweest. We hopen op iets magisch, tegen beter weten in…


Donderdag 18 september 2003

Het is de laatste dag dat ik zwanger ben, misschien de laatste dag dat Jitse* zal leven. Het is een mooie, goede zwangerschap geweest. Heel anders dan de eerste, toen ik het ene probleem na het andere kreeg. Het is een periode geweest van tot rust komen, van innerlijke groei, van loslaten van het verleden en hoopvol uitkijken naar de toekomst. Een periode van eindelijk weer eens kunnen genieten. Waarom moet dat dan zo dramatisch eindigen? Waarom waarom waarom? Waarom juist wij? Waarom ons kind? Waarom is het geluk ons schijnbaar niet gegund? Hebben we dan nog niet genoeg meegemaakt in ons leven? Wanhoop.
Robbe voelt zich niet goed als hij van school thuis komt. Ze hebben een fietstochtje gemaakt met de klas en met het warme weer heeft hij een lichte hitteslag. Een collega van Bjorn, die amateur-fotograaf is, komt langs om nog wat foto's te nemen van ons gezinnetje en van mijn zwangere buik. Robbe heeft er geen zin in. Het worden niet bepaald 'happy-family-pictures'.
's Avonds ga ik naar het ziekenhuis. Morgenvroeg zal de bevalling ingeleid worden. Ik ben bang. Ik ben bang dat het weer een keizersnede zal worden, net als de vorige keer. Maar ik ben vooral bang voor wat daarna zal komen.
Hoe zal ze er uit zien? Op de echo's waren geen lichamelijke afwijkingen te zien, maar je kunt nooit weten.
En hoe zal ze zijn? Zal ze kunnen ademen, drinken, huilen, zou ze pijn hebben? Zou ze lang in leven blijven, lang genoeg om eventjes mee naar huis te gaan? Of zou ze zo zwak zijn dat ze kort na de geboorte zou sterven? Of zelfs tijdens de geboorte? We kunnen alleen maar afwachten.
Ik huil van angst en verdriet om wat onvermijdelijk komen zal. Bjorn probeert me te troosten, maar is zelf overmand door verdriet en angst.
Onze laatste nacht samen, Jitse* springlevend in mijn buik. En mijn rugpijn en ander ongemak kunnen niet opwegen tegen de liefde die ik voor haar voel.


Vrijdag 19 september 2003

Het is zo ver. Al heel vroeg in de morgen wordt de bevalling ingeleid. Er is niet veel tijd. Doordat er al een litteken in mijn buik zit, mag de arbeid niet te lang duren.
Als Bjorn komt, verzekert hij me dat Robbe weer helemaal de oude is. Mijn nicht Veerle, die vroedvrouw is in een ander ziekenhuis, komt om 'wat positieve energie mee te brengen', zoals ze dat zelf zo mooi noemt. Veerle is een schat. De vroedvrouwen laten haar toe om mee de arbeid te volgen. 's Middags krijgt ze zelfs ongevraagd een maaltijd, één van de vele keren dat we merken dat deze materniteit er één uit duidend is!
Tegen de middag blijkt dat een keizersnede toch onvermijdelijk is. Opnieuw slaat de paniek toe. De nare herinneringen aan de vorige keer komen naar boven. Ik ben zo bang, voor de operatie en nog veel meer voor daarna.
Het aanbrengen van de epidurale verdoving verloopt moeizaam. Het duurt lang, mijn been begint ongecontroleerd te schokken. Nog meer angst. Dan naar de operatiezaal. Ik wil weg, ik wil dit niet meemaken, ik wil mijn angst ontlopen. Ik wil slapen, alleen maar slapen en draai voortdurend weg. Bjorn houdt me aan de praat. Hij wil niet dat ik de geboorte mis. En daar ben ik hem zo dankbaar voor. Alle angst en paniek verdwijnen zodra ik een zacht schreeuwtje hoor. Ze leeft!
De vroedvrouw brengt haar eerst dicht bij mij voordat ze haar op de verzorgingstafel legt. Dat gaat bij een keizersnede normaal gezien niet zo, maar omdat ik het allereerste contact met Robbe zo gemist heb, had ik gevraagd of dat kon. En dat hadden ze beloofd, in welke toestand Jitse* ook was, eerst werd ze bij mij gebracht. Ik ben zo blij, ik ben weer mama en het is ons gegund om ons kleine meisje te leren kennen. Het is 13u40, ze meet 48 cm en weegt 2200 gram.
Jitse* mag mee naar de kamer in papa's armen, en niet in de verzorgingsbox zoals gewoonlijk. Ik hoef maar een kwartiertje na de operatie beneden te blijven, in plaats van een uur. Ik mag naar boven. En daar is ze dan. Mijn dochter. Ze slaapt, maar papa heeft al een foto van haar met haar oogjes open. De mooiste foto die ik ooit gezien heb.
Een uurtje later staat de volledige familie in onze kamer. Ook Alexander is er. Jitse* wordt gedoopt. Het is een mooie, korte plechtigheid. Iedereen in de kamer huilt, maar Bjorn en ik zijn dolgelukkig. Meer hadden we ons in deze omstandigheden niet kunnen wensen. Wij hebben al veel getreurd de afgelopen dagen, maar nu is het tijd voor puur geluk en heel veel liefde. We genieten van elk moment.
Dan komt grote broer Robbe langs. Hij vindt zijn zusje mooi en lief. Ons gezinnetje is nu heel even compleet. Er worden vele foto's genomen. Iedereen wil met haar op de foto, en we laten dat toe. De meesten zullen wellicht maar één kans krijgen om haar vast te houden.
We proberen Jitse* te laten drinken, maar dat lukt niet. We forceren haar niet. Laat haar maar rustig slapen. We leggen haar geen ogenblik in haar bedje, voortdurend is ze dicht bij ons. We bekijken haar van kop tot teen.
Er is niks te merken. Is het nu echt mogelijk dat het in het hoofdje van dit kindje zo mis is gelopen? Wij kunnen het nauwelijks geloven. Ze ziet er zo perfect uit. Maar aan een paar kleine dingen merken we toch dat er iets mis is. Ze is te rustig. Ze huilt niet, drinkt niet. Af en toe opent ze haar oogjes en lijkt ze te kijken, maar al gauw merken we dat ze niet op geluid reageert. Ze sluit haar vingertjes niet als je haar handpalm aanraakt. Haar kleur schommelt voortdurend tussen felrood, babyroze, geel en blauw. Ik krijg een mutsje van de materniteit, want haar hoofdje voelt koud aan.
We gaan samen de nacht in. Er is een veldbed voorzien voor Bjorn. Om beurten slapen we een paar uurtjes, terwijl de ander Jitse* dicht bij zich houdt.
Liefde, warmte, koestering, geborgenheid. We leven in het hier en nu, en denken geen seconde aan wat komen zal. En zo is het goed.


Zaterdag 20 september 2003

Vandaag is een dag van genieten en gelukkig zijn. Slechts heel af en toe leggen we Jitse* eventjes in haar bedje, nooit langer dan een kwartiertje, want we merken telkens weer dat ze dan onrustig wordt. Nee, laat haar maar dicht bij ons zijn en alles ontvangen wat we haar geven. Bij het badje horen we eventjes haar stemmetje, zwak, maar duidelijk hoorbaar. Het wassen lijkt ze niet leuk te vinden, maar het spoelen in het water vindt ze wel fijn. En dan terug induffelen, mutsje aan en lekker bij papa of mama.
Heel regelmatig proberen we haar te laten drinken maar ze lijkt niet te snappen wat de bedoeling is. Ik leg dan maar heel regelmatig wat druppeltjes melk in haar mond. Dat vindt ze wel fijn, maar pogingen om te drinken doet ze niet. Tot ze 's avonds, mits wat aanmoediging van de verpleegsters, toch heel eventjes zuigt. Een paar seconden maar. Dan stopt ze weer. Aansporingen hebben geen zin. Ze geniet meer van de warmte en de koestering dan dat ze behoefte lijkt te hebben om zich te voeden. Later drinkt ze nog een paar keer, telkens maar een paar seconden, ze heeft de kracht en de strijdlust niet om door te gaan. Maar die korte, intieme momenten geven me een gevoel van verbondenheid dat ik nooit meer zal vergeten.
Heel af en toe opent ze haar ogen, vooral als Bjorn haar in zijn armen neemt. Ze lijkt wel heel nieuwsgierig naar hem, alsof ze wil zeggen: 'mijn mama ken ik al heel goed, maar wie is mijn papa nu eigenlijk?' Het is allemaal zo schattig.
Er komt bezoek, maar daar trekken we ons niet veel van aan. De sfeer in de kamer is geladen, iedereen wil afscheid nemen. Maar aan dat afscheid denken wij nu niet. Wij zorgen voor ons kleintje en de rest van de wereld kan ons nu niet raken.


Zondag, 21 september 2003

Het is broeierig heet. Het is één van de warmste 21 septembers ooit. De voormiddag verloopt rustig. Jitse* drinkt opnieuw heel eventjes, om dan voor urenlang in slaap te vallen. Ik ben doodop, heb maar een paar uurtjes geslapen. Ik heb veel pijn.
Na de middag zit de kamer weer vol bezoek. Allemaal familieleden die dicht bij Jitse* willen zijn. Daar hebben we respect voor. Maar na een poosje gaan de gesprekken over brandweer en ambulances, kermis en opendeurdagen, koetjes en kalfjes en het weer. Dat interesseert ons nu niet. Hoewel een blad op onze deur 'kort bezoek' vermeldt, blijven ze urenlang zitten. Alleen mijn moeder neemt Robbe na een half uurtje terug mee, mama is te moe. Robbe ziet zijn zusje voor het laatst in leven. Alle anderen blijven en blijven maar, urenlang. Ze zuigen het kleine restje energie dat ik nog had uit me. Bij de verzorging vraag ik aan de verpleegkundigen of ze de mensen, met alle respect, willen vragen om te vertrekken. Wij willen in alle intimiteit genieten van onze laatste momenten met ons kindje.
Na het avondeten gebeurt er iets vreemds. Jitse* is ineens klaarwakker. Ze kijkt van papa naar mij, terug naar papa, terug naar mij. Heel eventjes lijkt ze een normale, alerte baby. Ze drinkt ook weer heel eventjes. Wij zijn totaal van de kaart. Moeten we nu hoop krijgen? Hadden we haar toch moeten stimuleren om meer te drinken, had ze dan toch kansen gehad? Hadden we haar vandaag geen zes uur aan een stuk mogen laten slapen? Na een kwartiertje valt ze dan terug in een diepe slaap. Later realiseren we ons dat dit haar afscheid van de wereld was. Nog heel eventjes klaarwakker alvorens naar de overkant te reizen. Het schijnt wel vaker te gebeuren.
Ik wil iemand om mee te praten. We bellen mijn nicht Veerle (de vroedvrouw) op. Zij komt zodra haar gezinnetje dat toelaat. Zij bevestigt wat we eigenlijk wel vermoedden: Jitse* is stervende. Het brengt ons weer tot rust.
We praten nog heel lang en intens met haar.
Bjorn en ik maken ons klaar voor de nacht. We huilen samen en praten tegen Jitse*. We zeggen haar dat ze mag gaan als ze daar klaar voor is. We zeggen haar dat we onnoemelijk veel van haar houden en dat we dat altijd zullen blijven doen. Bjorn neemt haar bij zich, ik ga eerst een paar uur proberen te slapen. Zo gaan we onze laatste nacht met Jitse* in.


Maandag 22 september 2003

Het is maandagvoormiddag, ergens tussen tien en elf.
Ik kijk naar de man en de vrouw en het pasgestorven kind in hun armen. Ik kan niet verwoorden wat ik voel als ik naar het tafereel kijk. Die vrouw, dat ben ik niet. Dat kan ik niet zijn. Het is onmogelijk dat het kindje in hun armen mijn dochtertje is. Mijn wens, mijn droom, mijn grote verlangen, mijn bron van nieuw geluk.

Zondagnacht. Ik heb een uur of twee geslapen als ik wakker schiet, ik heb een verschrikkelijke nachtmerrie gehad. Bjorn slaapt half, met Jitse* in zijn armen. Ik maak hem voorzichtig wakker en vraag hem om Jitse* bij mij te leggen en zelf wat te slapen. We installeren ons comfortabel, zelfs als ik in slaap val kan ze er onmogelijk uitvallen. Maar slapen doe ik niet meer.
Ik kijk en kijk naar haar, uren aan een stuk. In het gedempte licht neem ik elk detail in me op. Ik weet dat dit haar laatste uren zijn en voel geen vermoeidheid meer. Ik ben er voor haar.
Tegen de ochtend krijgt ze lichte stuiptrekkingen. We halen de kinderarts er bij. Hij hoeft niets te zeggen. We weten allemaal wat gaat gebeuren. Hij geeft haar pijnstiller, zodat ze de overgang zachtjes kan maken. Hij komt om het half uur terug, controleert of ze geen pijn heeft, of ze comfortabel is, en hij heeft ook aandacht voor ons. Ook de verpleegkundigen verzorgen ons met heel veel aandacht en respect. Ze dringen zich niet op, maar zijn er op ieder moment dat we hen nodig hebben.
Het duurt lang. Telkens stopt ze met ademen, een paar seconden, een minuut, soms minutenlang. Maar telkens opnieuw keert ze terug. Haar sterke hart, dat gemaakt is om 80 jaar of langer te kloppen, geeft het niet zomaar op.
Een paar keer wordt het me allemaal te veel en moet ik weg uit de kamer. Dan is er altijd iemand die bij me blijft en me even laat uithuilen, me moed in praat. Dat ik pas een keizersnede heb gehad, daar denk ik totaal niet aan. Pijn voel ik niet, die is voor later.
Bjorn blijft bij Jitse* als het me te veel wordt. Ze is geen moment alleen. En ik ga ook telkens weer terug. Ik wil dat ze mijn aanwezigheid voelt.
Rond elf uur komt de kinderarts weer langs. Hij vindt geen hartslag meer. Het is voorbij.

We houden haar nog een poosje dicht bij ons. We praten zachtjes tegen haar. Zeggen haar dat we ongelofelijk veel van haar houden, dat we haar zo dankbaar zijn voor wat ze voor ons betekend heeft, dat we niet wilden dat ze een leven vol pijn en ongemak zou leiden, dat we haar laten gaan, en dat we het verdriet dat daar bij hoort aanvaarden, want verdriet ontstaat uit liefde, de grote liefde die ons allemaal met elkaar verbindt en door de dood heen blijft bestaan.

Veroniek


Meer verhalen:

Ons derde engeltje…

Een engeltjesbroertje of -zusje voor Jitse*



Vroegere reacties:

Reacties:

Door: Melissa op 10/10/2004 @ 18:53 Ongepaste Reactie?

ik heb et gelezen tize to erg.wel fijn da ge der durft over praten.
ng sterkte
Door: seatje (profiel) op 12/10/2004 @ 16:29 Ongepaste Reactie?

Hey Veroniek,

Dit is wel het ergste wat een mens kan overkomen. Het dierbaarste verliezen, en dan nog zo snel.
Een ontroerend verhaal.
Ik wens jullie nog heel veel moed en sterkte in deze moeilijke tijden.

Conny
Door: Chantal (profiel) op 13/10/2004 @ 20:03 Ongepaste Reactie?

Jitse,

Onvoorwaardelijk bemind
papa en mama’s vlinderkind
een droom maar bovenal werkelijkheid
ik vergeet je nooit...lieve kleine meid...

Veroniek en Bjorn, een warme knuffel van Johan, Chantal en de kids
x
Door: Lieve op 15/10/2004 @ 13:40 Ongepaste Reactie?

Een heel ontroerend verhaal om een krop in de keel van te krijgen....
Heel veel sterkte en hopelijk geeft jullie engeltje jullie de kracht om verder te gaan!
Door: chantal (profiel) op 17/10/2004 @ 21:32 Ongepaste Reactie?

De rillingen lopen mij over de rug en de tranen branden achter mijn ogen.
Wat zijn jullie vreselijk sterk en wat een mooi en vooral vredig afscheid hebben jullie genomen van jullie engeltje.Dit herinnert mij weer eens extra aan hoe gezegend ik ben met mijn zoontje.
Ik wens jullie alle sterkte en liefde toe van de hele wereld en hoop dat jullie ondanks het inmense verdriet,het toch een plaatsje kunnen geven.

Veel liefs, Chantal.
Door: Fabienne op 21/10/2004 @ 12:43 Ongepaste Reactie?

Net zoals de mensen die hier gereageerd hebben, rollen de tranen over mijn wangen. Droefheid omwille van het verlies, maar zoveel liefde en zo’n diep, innig afscheid is mooi. Dit kleine, geweldige meisje heeft geweldige ouders gehad. Veel sterkte nog.

Fabienne
Door: Saskia op 21/10/2004 @ 12:52 Ongepaste Reactie?

Lieve Veroniek en Bjorn. Met tranen in mijn ogen heb ik jullie verhaal gelezen. Ik wens jullie bij deze alle sterkte en liefde toe van de wereld! Saskia.
Door: Veroniek op 13/12/2004 @ 11:15 Ongepaste Reactie?

Bedankt voor alle lieve reacties.
Er komt een vervolg op dit verhaal. Over een paar dagen zet ik het online.
Door: Maya op 20/01/2005 @ 23:08 Ongepaste Reactie?

veronique en bjorn, jullie hebben veel moed gehad, ik ga aan ullie denken als ik me weer erger aan kleine dingen, en ga morgen mijn zoontje eens knuffelen
Door: Anoniem op 21/01/2005 @ 11:06 Ongepaste Reactie?

heel knap dat jullie dit kunnen dragen..gods kracht toegewenst
Door: SuuS (profiel) op 21/01/2005 @ 20:41 Ongepaste Reactie?

Lieve Veroniek, Bjorn en Robbe. Wat ontzettend erg wat jullie hebben meegemaakt! De tranen lopen gewoon over mijn wangen! Ik heb hier geen woorden voor. Ik wens jullie ontzettend veel sterkte en kracht toe om dit grote verlies van *Jitse te dragen!

Veel liefs, sterkte en kracht, SuuS.
Door: Kel op 22/01/2005 @ 20:39 Ongepaste Reactie?

Wat zijn jullie een sterk stel samen en wat hebben jullie je dochtertje de mooiste warmste dagen gegeven door haar zo dicht bij jullie te houden. Ik wens jullie al het geluk van de wereld en hoop dat de pijn snel dragelijk wordt.

Lfs Kel
Door: Cinnetjeh op 23/01/2005 @ 09:02 Ongepaste Reactie?

Dit is het ergste wat een mama en papa kan overkomen. Ik wens jullie nog heel veel sterkte toe!!!
Veel liefs
Cindy en Tim
Door: rabia op 23/01/2005 @ 22:19 Ongepaste Reactie?

beste veroniek,
Ook ik kan mijn tranen niet ophouden, het is inderdaad een zeer zwaar verdriet. Maar ik ben er zeker van dat jullie engeltje momenteel hel gelukkig is in de hemel. Ik wens jullie nog heel veel geluk en ik hoop uit het diepste in mijn hart dat er een zusje zal komen voor Robbe en Jitse.
Nog heel veel sterkte toegewenst. µ
Rabia
Door: Anoniem op 09/02/2005 @ 17:53 Ongepaste Reactie?

De tranen glippen over mijn wangen, Dit zijn werkelijk de meest geweldige ouders waar iedereen super trots op zou zijn! En Jitse is ook een echte vechter! Jullie verhaal is heel mooi geschreven... Sterkte... Maar geniet ook van deze ’mooie’ herinneringen, ook al klinkt dat misschien wel bizar. Sterkte,
Jac
Door: Noortje op 27/06/2005 @ 16:07 Ongepaste Reactie?

Ik zit hier tranen met tuiten te huilen. Ook al is het nu al midden 2005, ik wens jullie nog veel sterkte.
~ Noortje
Door: karin op 21/07/2005 @ 09:57 Ongepaste Reactie?

Het verhaal van jullie Jitse en haar engelenbroertje/zusje ontroert me zo. Weer realiseer ik me dat ik zo gelukkig mag zijn met mijn gezonde jongens. Ik hoop en bid voor jullie om dit grote verdriet een beetje te kunnen verwerken. Dikke knuffel.
karin
Door: Veroniek op 05/08/2005 @ 20:39 Ongepaste Reactie?

Intussen is er nog een engeltje bijgekomen: broertje Senne* is geboren na amper 25 weken zwangerschap. Onze kinderwens moeten we nu ook opbergen. ik kan er nog steeds niet bij...
Veroniek, mama van Robbe, Jitse*, Rune* en Senne*
Door: inna op 18/11/2005 @ 21:12 Ongepaste Reactie?

dag lieve moeder ik kan goed bederepen hoe pennlijk is voor u oom een kind te werlizen echt waar waant ik heb ook 2 dochter mijn erste was uitgerekent 15 november tun ik was 6 maande zwanger krijg ik opening van 3 sm en hart wijen maar mijn dokter heft gezech als diana komt dan zal ze dood gaan
maar mijn dokter heft enorm geholpen ik had mijn bevalling 8 nov.mijn diana is al 2 jaar en zij is heel gezoondik wiel dat je ook zo geloekig zieg voelt zo als ik weel sterkte schaateke
Door: Marjorie op 27/10/2007 @ 17:47 Ongepaste Reactie?

Beste Veronique,

ik heb net jullie verhaal gelezen en ergens denk ik, dat ik jullie "ken".
Ik ben op 22 september 2003 bevallen van een zoontje, Jitse genaamd. Ik ben bevallen in Izegem. En ik weet dat er op de materniteit een kindje geboren was, een Jitse, een meisje, die niet kon blijven leven...
Er is een verpleegster bij me geweest om een geboortekaartje van onze Jitse te vragen, voor de ouders van het babymeisje Jitse...

Ik denk af en toe nog eens aan die vraag van de verpleegster en vond het een beetje raar van mezelf dat ik helemaal niet gereageerd heb, ik voelde zo met die mensen mee, het doet zo'n pijn je droom kwijt te raken.
Ik heb natuurlijk een geboortekaartje gegeven...

En nu denk ik, die mensen, dat zijn mss wel jullie...


hoe dan ook...heel veel sterkte en kracht, het verlies van jullie meisje in onwerkelijk en hartverscheurend....

Liefs

Marjorie
[Reageer]

Heb jij een grappig, leuk of ontroerend verhaal over je zwangerschap, bevalling of baby??
En je wil het graag delen met anderen?
Mail het ons dan: eva@9maand.com.
We zorgen dat het hier een plaatsje krijgt.